
Wet tot behoud van cultuurbezit
Artikel 2
1
Onze Minister kan, de Raad gehoord, roerende zaken van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als onvervangbaar en onmisbaar behoren te worden behouden voor het Nederlands cultuurbezit, aanwijzen als beschermd voorwerp.
2
Onvervangbaar als bedoeld in het eerste lid is een roerende zaak, waarvan geen of nagenoeg geen andere gelijke of gelijksoortige voorwerpen in goede staat in Nederland aanwezig zijn.
3
Onmisbaar als bedoeld in het eerste lid is een roerende zaak, die tenminste een van de volgende functies heeft:
a
een symboolfunctie, waaronder wordt verstaan de functie van een roerende zaak als duidelijke herinnering aan personen of gebeurtenissen, die voor de Nederlandse geschiedenis van overtuigend belang zijn;
b
een schakelfunctie, waaronder wordt verstaan de functie van een roerende zaak als wezenlijk element in een ontwikkeling, die voor de wetenschapsbeoefening, met inbegrip van de beoefening der cultuurgeschiedenis, in Nederland van overtuigend belang is;
c
een ijkfunctie, waaronder wordt verstaan de functie van een roerende zaak als wezenlijke bijdrage in het onderzoek of de kennis van andere belangrijke voorwerpen van kunst of wetenschap.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN AJ3289, Hoger beroep, 200205638/1
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
10-09-2003
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Hoger beroep
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Raad van StateBij besluit van 15 december 2000 heeft de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (hierna: de Staatssecretaris) geweigerd de aan appellante toekomende collectie, bestaande uit tekeningen en schilderijen die zij aan Vincent van Gogh toeschrijft, te plaatsen op de lijst van beschermde...